Het Beslissende Kwartier Srebrenica: de val van de enclave in 1995 Historisch moment: 11 juli 1995 https://hetbeslissendekwartier.nl/afleveringen/de-val-van-srebrenica.html Transcript (op basis van het script) Deze leesversie is gebaseerd op het afleveringsscript. De tekst is niet woordelijk gecontroleerd tegen de uiteindelijke audio. Regieaanwijzingen en productienotities zijn weggelaten. Srebrenica, elf juli negentienvijfennegentig. Het is elf uur in de ochtend. De heuvels rond de stad liggen er vredig bij. Dennenbossen, groene valleien, een rivier die zich door het landschap slingert. Maar de stilte is bedrieglijk. Ergens in die heuvels staan Bosnisch-Servische tanks opgesteld. Artillerie. Mortieren. En duizenden soldaten die wachten op het bevel om op te rukken. In het stadje beneden leven nog zo'n veertigduizend mensen. Bosniakken, moslims, velen van hen vluchtelingen uit omliggende dorpen die hier bescherming zochten. Want Srebrenica is een veilig gebied. Dat hebben de Verenigde Naties twee jaar eerder verklaard. Een safe area. Beschermd door internationale troepen. Beschermd door de wereld. De Nederlandse soldaten van Dutchbat die hier zijn gestationeerd, weten beter. Ze zijn licht bewapend. Onderbemand. En de luchtsteun waar ze al dagen om vragen, komt niet. Over een paar uur zal generaal Ratko Mladić deze stad binnenwandelen. En zal de ergste massamoord in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog beginnen. Dit is Het Beslissende Kwartier. Vijftien minuten die de wereld confronteerden met haar eigen falen. Om te begrijpen wat er op deze julidag gebeurt, moeten we drie jaar terug in de tijd. Naar negentientweeennegentig. Het jaar waarin Joegoslavië definitief uiteenvalt en Bosnië en Herzegovina zich onafhankelijk verklaart. Wat volgt is een bloedige burgeroorlog. Drie bevolkingsgroepen strijden om macht en territorium. De Bosniakken, overwegend moslim. De Bosnische Serviërs, orthodox-christelijk. En de Bosnische Kroaten, katholiek. De Bosnische Serviërs, geleid door president Radovan Karadžić en generaal Ratko Mladić, dromen van een Groot-Servië. Hun methode: etnische zuivering. Hele gebieden moeten worden gezuiverd van niet-Serviërs. Genocide-onderzoekers en nabestaanden stellen later dat de genocide niet begon op elf juli, maar jaren eerder. Met propaganda. Met uitsluiting. Met vervolging en dehumanisering van de Bosnisch-islamitische bevolking in Oost-Bosnië. De val van Srebrenica was het tragische hoogtepunt van deze bredere campagne. Srebrenica, een stadje in het oosten van Bosnië, wordt een toevluchtsoord. Duizenden Bosniakken vluchten hierheen. In negentiendrieennegentig roept de VN-Veiligheidsraad de stad uit tot beschermd gebied. Een van zes safe areas in het land. Maar beschermd betekent niet verdedigd. Het mandaat is vaag. De bevoegdheden beperkt. En de middelen schaars. In negentienvierennegentig arriveert Dutchbat drie in Srebrenica. Vierhonderd Nederlandse militairen onder leiding van luitenant-kolonel Thom Karremans, zesenveertig jaar oud. Een ervaren officier die al snel beseft in welke onmogelijke situatie hij is beland. Zijn mannen bewaken observatieposten rond de enclave. Maar ze hebben alleen lichte wapens. Ze zijn slecht uitgerust, met beperkte middelen en beperkte bevoegdheden. En een mandaat dat peacekeeping voorschrijft, geen peace enforcement. Ze mogen niet aanvallen. Alleen terugvuren als ze zelf worden beschoten. Ondertussen is de enclave niet volledig gedemilitariseerd, zoals het VN-mandaat voorschrijft. Gewapende Bosnische eenheden opereren binnen de grenzen. Ze voeren soms plundertochten uit naar omliggende Servische dorpen. Het levert spanningen op. En het geeft de Bosnische Serviërs een argument. De situatie is explosief. De bevoorrading stokt. De moraal daalt. En in de heuvels rondom verzamelt het Bosnisch-Servische leger zich. Wachtend. Zes juli negentienvijfennegentig. Drie uur in de nacht. Het Bosnisch-Servische leger lanceert Operatie Krivaja vijfennegentig. De beschietingen beginnen. Mortieren. Artillerie. De observatieposten van Dutchbat rond Srebrenica komen onder vuur te liggen. In de dagen die volgen rukken de Servische troepen op vanuit het zuiden. Ze branden Bosnische huizen plat. Nemen de ene na de andere observatiepost in. De Nederlandse soldaten kunnen weinig anders doen dan zich terugtrekken. Op acht juli, om zeven uur in de ochtend, wordt observatiepost Foxtrot overgenomen door Bosnisch-Servische soldaten. Diezelfde dag, om kwart over drie in de middag, worden terugtrekkende Dutchbat-troepen tegengehouden door een wegblokkade van Bosniakken. De vluchtelingen willen dat de soldaten hun posities behouden. Ze willen niet worden achtergelaten. In de chaos komt een Nederlandse soldaat om het leven door een handgranaat. Een dag later geeft Radovan Karadžić het definitieve bevel: neem Srebrenica in. De beschietingen worden geïntensiveerd. Kolonel Karremans vraagt om luchtsteun. Herhaaldelijk. Op tien juli, om acht uur vijfenvijftig, dient hij een formeel verzoek in. Hij wil dat NAVO-vliegtuigen de Servische tanks en artillerie bombarderen. Om elf uur komt het antwoord. Generaal Bertrand Janvier, de VN-commandant, wijst het verzoek af. De avond van tien juli. Half zeven. Generaal Ratko Mladić arriveert op de heuvel boven het centrum van Srebrenica. Hij kijkt uit over de stad die hij gaat innemen. Drieënvijftig jaar oud, geboren op twaalf maart negentientweeënveertig. Een man die de opperbevelhebber is van het Bosnisch-Servische leger. Een man die later zal worden veroordeeld voor genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Zijn proces begint in tweeduizendtwaalf. Op tweeëntwintig november tweeduizendzeventien wordt hij veroordeeld tot levenslang. In tweeduizendeenentwintig wordt dit vonnis in hoger beroep bevestigd. Beneden vraagt Karremans opnieuw om luchtsteun. Opnieuw wordt hij afgewezen. Pas om negen uur veertig die avond stemt generaal Janvier in. Maar hij stelt de aanval uit tot de volgende ochtend. Die ochtend, elf juli, blijkt een ramp. Om negen uur krijgt Karremans te horen dat zijn verzoek op het verkeerde formulier is ingediend. Hij moet het opnieuw indienen. De NAVO-vliegtuigen die sinds zes uur in de lucht zijn, moeten terugkeren naar hun basis in Italië om te tanken. Om half elf beginnen de Servische troepen opnieuw met beschieten. Om elf uur aarzelt Janvier nog steeds. Het is het cruciale moment. Het kwartier dat alles verandert. In Srebrenica weten de inwoners dat de tijd op is. Chaos breekt uit. Mensen rennen door de straten. Moeders grijpen hun kinderen. Oude mannen strompelen naar de uitgang van de stad. Iedereen wil weg. Naar Potočari, waar de VN-basis is. Naar veiligheid. Maar veiligheid bestaat niet meer. De luchtsteun die uiteindelijk komt, is te weinig en te laat. Er komt luchtsteun, maar die is te laat en onvoldoende om de Servische opmars te stoppen. De Serviërs dreigen vervolgens de gegijzelde Nederlandse soldaten te executeren en de VN-compound te beschieten. De luchtacties worden gestaakt. Om kwart over vier in de middag wandelt generaal Mladić de stad binnen. Hij wordt gefilmd terwijl hij door de lege straten loopt. Triomfantelijk. Voor de camera spreekt hij woorden die later tegen hem zullen worden gebruikt. Hij zegt dat hij deze stad schenkt aan het Servische volk. Dat eindelijk het moment is gekomen om wraak te nemen op de Turken in dit gebied. Hij verwijst naar een opstand tegen Ottomaanse heersers, eeuwen geleden. Voor hem is dit geen militaire operatie. Dit is historische vergelding. In Potočari, op de VN-compound en de omliggende fabrieksgebouwen, hebben zich inmiddels duizenden vluchtelingen verzameld. Vrouwen, kinderen, ouderen. En mannen. Veel mannen. Die nacht, rond middernacht, nemen vijftienduizend Bosnische mannen een wanhopig besluit. Ze vertrekken te voet, in een lange colonne door de bossen, in een poging om de veilige stad Tuzla te bereiken. Velen van hen zullen worden opgejaagd, gevangengenomen en gedood. De volgende dag, twaalf juli, vinden er drie bijeenkomsten plaats in Hotel Fontana in Bratunac. Kolonel Karremans zit tegenover generaal Mladić. Karremans is zesenveertig jaar oud, geboren op negenentwintig december negentienachtenveertig. Hij is luitenant-kolonel, commandant van Dutchbat drie. De beelden van deze ontmoeting gaan later de wereld over. Mladić die de voorwaarden dicteert onder het licht van een schemerlamp. Civiele vertegenwoordigers van de Bosnisch-islamitische bevolking nemen deel aan de tweede en derde bijeenkomst. Mladić dicteert de voorwaarden voor de verwijdering van de gehele Bosnisch-islamitische bevolking uit de enclave. De Bosnisch-Servische generaal spreekt de vluchtelingen toe. Hij zegt: alle vrouwen en kinderen mogen vertrekken. Niemand zal jullie kwaad doen. Op twaalf juli begint de scheiding. Bussen en vrachtwagens arriveren bij de VN-compound. Vrouwen, kinderen en oudere mannen worden ingeladen. Ze worden naar Kladanj gebracht, naar door het Bosnische leger gecontroleerd gebied. Ongeveer dertigduizend mensen worden op deze manier gedwongen verplaatst. Maar de mannen. De mannen tussen ruwweg zestien en zestig jaar. Die worden apart gezet. Ze worden weggevoerd naar opslagplaatsen. Scholen. Fabrieken. Velden. Daar beginnen de executies. Systematisch. Methodisch. Groep na groep worden Bosnische mannen en jongens doodgeschoten. Hun lichamen worden gedumpt in massagraven. Later zullen die graven worden verplaatst, om de misdaden te verhullen. Tussen elf en zestien juli negentienvijfennegentig worden meer dan achtduizend Bosnische mannen en jongens vermoord. Het is genocide. De ergste massamoord in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. De juridische erkenning komt later. Het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag oordeelt dat de gebeurtenissen in Srebrenica genocide zijn. Het Internationaal Gerechtshof bevestigt dit. Ratko Mladić wordt veroordeeld tot levenslang. Radovan Karadžić eveneens. In Nederland leidt de val van Srebrenica tot een nationaal trauma. In tweeduizendtwee publiceert het NIOD, het instituut voor oorlogsdocumentatie, een vernietigend rapport. De missie was slecht voorbereid. Het mandaat onduidelijk. De bevelstructuur chaotisch. De politieke wil ontbrak. Het kabinet-Kok II treedt af. De Nederlandse staat erkent medeverantwoordelijkheid. Jaren later wordt de staat door de rechter deels aansprakelijk bevonden voor de dood van enkele honderden mannen die van de compound werden weggestuurd. Thom Karremans zegt later in een interview: wij hebben het daar niet goed gedaan. Die missie is hopeloos mislukt. Maar ik kon op dat moment niets meer doen dan wat ik gedaan heb. Srebrenica verandert de wereld. Het dwingt de internationale gemeenschap om na te denken over wat bescherming betekent. Over wat een mandaat waard is zonder de middelen om het te handhaven. Over de vraag wanneer peacekeeping moet overgaan in peace enforcement. De Verenigde Naties reformeren hun blauwhelmmissies. De doctrine van humanitaire interventie wordt herzien. Maar voor de doden komt elke hervorming te laat. Elk jaar op elf juli worden in Potočari de nieuw geïdentificeerde slachtoffers herbegraven. De begraafplaats groeit nog steeds. Forensisch specialisten werken nog altijd aan de identificatie van botten die verspreid liggen over tientallen locaties. Vijftien minuten. Dat was alles wat het kostte om een veilig gebied te laten vallen. Om het woord bescherming te ontdoen van elke betekenis. Om achtduizend levens te reduceren tot nummers in een vonnis. Even tussendoor. Vind je dit een interessante podcast? Abonneer je dan via Spotify, Apple Podcasts of waar je ook luistert. En heb je een vraag, opmerking of suggestie voor een aflevering? Mail ons: 15minuten@doorzetters.net. Wat als de luchtsteun wel op tijd was gekomen? Wat als generaal Janvier op tien juli niet had geaarzeld? Historici hebben deze vragen eindeloos gewogen. De consensus is ontnuchterend. Luchtsteun alleen had de enclave waarschijnlijk niet kunnen redden. Daarvoor was de opmars al te ver gevorderd. De overmacht te groot. Maar het had tijd kunnen kopen. Het had de wereld gedwongen om te reageren. Het had, misschien, het verschil kunnen maken tussen veertigduizend vluchtelingen en achtduizend doden. De werkelijke les van Srebrenica ligt dieper. Het gaat niet alleen om vliegtuigen die te laat kwamen. Het gaat om een internationaal systeem dat een veilig gebied creëerde zonder de wil om het te verdedigen. Om een mandaat dat was ontworpen om te falen. Om de kloof tussen papieren beloftes en de realiteit van oorlog. Srebrenica is een spiegel. En wat we erin zien, is onszelf. Potočari, vandaag. De heuvels rond de vallei liggen er nog altijd vredig bij. Dennenbossen, groene hellingen, een rivier die zich door het landschap slingert. Op de begraafplaats staan duizenden witte grafstenen. Ze wijzen allemaal dezelfde kant op. Naar Mekka. Elke steen draagt een naam. Een geboortedatum. En dezelfde sterfdatum. Juli negentienvijfennegentig. Generaal Mladić zit een levenslange straf uit. Radovan Karadžić eveneens. De feiten zijn vastgesteld. De schuldigen veroordeeld. Maar op de heuvels rond Srebrenica hangt nog altijd die stilte. Bedrieglijk als toen. Een herinnering aan het moment waarop de wereld wegkeek. Dit was Het Beslissende Kwartier, vijftien minuten die alles veranderden. Mijn naam is Julius van Rossum. Er is altijd een volgend beslissend kwartier.