Op 28 september 2008 sluiten Nederland, België en Luxemburg in Brussel een noodakkoord van 11,2 miljard euro om Fortis overeind te houden, een oplossing die nog geen week standhoudt.
Brussel, zondag 28 september 2008, acht uur 's avonds. In het Belgische parlement branden de lampen achter gesloten gordijnen. Rond een tafel zitten ministers uit drie landen, omringd door documenten, koffiekoppen en de restanten van een doorgewerkt weekend. Wouter Bos, vijfenveertig jaar oud, minister van Financiën, kijkt naar zijn Belgische collega Didier Reynders. Beiden weten dat maandagochtend 29 september de beurzen weer opengaan. Zonder oplossing staat dan een van de grootste banken van de Benelux voor een bankrun, en niemand kan zeggen waar die ophoudt.
Een overname op geleend geld
De wortels van deze avond liggen in oktober 2007. Fortis neemt dan, samen met twee andere banken, ABN Amro over. Het deel dat Fortis betaalt, is geld dat de bank niet heeft maar leent. Haar kapitaal raakt uitgeput, en dat blijkt fataal wanneer de crisis die in Amerika begon met risicovolle hypotheken Europa bereikt. Op 15 september 2008 valt Lehman Brothers. Het onderlinge vertrouwen tussen banken verdwijnt, en wie al zwak staat, krijgt geen krediet meer.
Fortis staat zwak. Op vrijdag 26 september keldert het aandeel in Brussel met ruim twintig procent. De blootstelling aan Amerikaanse subprime-activa blijkt groter dan gedacht. Die avond stelt de bank op een persconferentie dat haar positie sterk is en kondigt ze de verkoop van activa aan om vijf miljard euro op te halen. Tegelijk wordt bestuursvoorzitter Herman Verwilst vervangen door Filip Dierckx. Zo vervang je niemand wanneer alles onder controle is.
Een weekend zonder slaap
Zaterdag belt Wouter Bos met De Nederlandsche Bank. President Nout Wellink, vijfenzestig jaar oud, annuleert een reis naar Chicago en keert terug. In Amsterdam volgt spoedoverleg. De cijfers laten zien dat Fortis niet alleen met dalende koersen kampt: spaarders halen massaal hun geld weg. Zaterdagnacht begint in Brussel het noodoverleg. Nederland wordt vertegenwoordigd door Bos, België door premier Yves Leterme, zevenenveertig jaar, en Didier Reynders, vijftig. Vanuit Frankfurt volgt Jean-Claude Trichet, president van de Europese Centrale Bank, de ontwikkelingen.
De hele zondag wordt onderhandeld, en elk land heeft zijn eigen belang. België wil de bank redden, maar niet alle kosten dragen. Nederland maakt zich zorgen over de Nederlandse onderdelen, inclusief de net overgenomen delen van ABN Amro. Luxemburg heeft een kleinere tak, maar wil die niet verliezen. Filip Dierckx, tweeënvijftig jaar oud en nog geen twee dagen in functie, moet drie regeringen duidelijk maken hoe slecht het ervoor staat. Fortis bloedt leeg. Zonder kapitaal is de bank binnen dagen failliet.
Premier Balkenende zal later in de Tweede Kamer zeggen dat een faillissement van Fortis onevenredige schade zou hebben toegebracht aan het Nederlandse financiële stelsel en daarmee aan de economie als geheel. Op deze zondag weet niemand hoe groot die schade zou zijn. Men weet alleen dat men het risico niet kan nemen.
Het akkoord
Laat op de avond komt het akkoord. Het is een gedeeltelijke nationalisatie, een constructie die een week eerder nog ondenkbaar was. België en Nederland nemen elk een belang van negenenveertig procent in de eigen nationale bankonderdelen van Fortis. Luxemburg verstrekt een converteerbare lening van 2,5 miljard euro voor een belang van negenenveertig procent in Fortis Bank Luxemburg. Samen pompen de drie landen 11,2 miljard euro in de bank.
Leterme en Bos geven dezelfde avond een persconferentie in Brussel. De boodschap aan de spaarders is kort: uw geld is veilig. Op 30 september zal Bos in de Tweede Kamer uitleggen dat de overheid voor de burger in de bres moet springen wanneer de stabiliteit van het financiële stelsel op het spel staat. Op 2 oktober verklaart hij dat hij geen reden heeft om aan te nemen dat Fortis onjuiste of onvolledige informatie heeft gegeven. Een opmerkelijke uitspraak, gezien wat daarna gebeurt.
Wat de nacht niet oplost
De rust keert niet terug. Spaarders blijven geld opnemen, en andere banken willen nog steeds niet met Fortis zaken doen, hoe groot de overheidsgarantie ook is. Op vrijdag 3 oktober neemt Nederland een tweede, radicaler besluit: alle Nederlandse onderdelen van Fortis worden volledig genationaliseerd, voor 16,8 miljard euro. Voor het Nederlandse deel vervalt de Benelux-afspraak van 28 september. Ook België nationaliseert en verkoopt het grootste deel aan de Franse bank BNP Paribas. Fortis bestaat niet meer in zijn oorspronkelijke vorm.
De redding van Fortis blijkt het begin. ING krijgt staatssteun, de depositogarantie gaat omhoog naar honderdduizend euro, en in 2009 krimpt het Nederlandse bruto binnenlands product met 3,7 procent. Banken die jarenlang betoogden dat de markt zichzelf reguleert, staan met de hand bij de belastingbetaler. Er komen strengere regels en nieuw toezicht.
Waarom dit kwartier telt
Het akkoord van 28 september 2008 houdt geen week stand, en toch is het beslissend. Wat die avond in Brussel gebeurt, is dat drie regeringen de grens overgaan van wat tot dan toe denkbaar is. Ze beslissen dat een bank te groot is om te laten vallen en dat de staat haar moet dragen, op een moment dat niemand de gevolgen kan overzien. Het eerste akkoord blijkt te klein, maar het houdt de geldautomaten in beweging tot de tweede beslissing er is. Wat als de ministers die zondagavond uit elkaar waren gegaan zonder handtekening? Dan openen op maandagochtend 29 september de beurzen met een bank in vrije val, en miljoenen spaarders die niet meer bij hun geld kunnen.
Lees het verhaal terug
Bewaar de tekst van deze aflevering om rustig na te lezen.
Download transcript (TXT) Deze leesversie is gebaseerd op het afleveringsscript. De tekst is niet woordelijk gecontroleerd tegen de uiteindelijke audio. Regieaanwijzingen en productienotities zijn weggelaten.